Zoek medewerkers/organisaties prof.dr. F Berendse
Naam
Naamprof.dr. F Berendse
RoepnaamFrank
Emailfrank.berendse@wur.nl

Werk
Omschrijvingemeritus hoogleraar
OrganisatieDepartement Omgevingswetenschappen
OrganisatieeenheidPlantenecologie en Natuurbeheer
Telefoon+31 317 425 975
Mobiel+31 6 12092164+31 6 12092164
Telefoon secretariaat+31 317 483 174+31 317 483 174
Telefoon 2
Fax
Notitie voor telefonist
Notitie door telefonist
BezoekadresDroevendaalsesteeg 3
6708PB, WAGENINGEN
Droevendaalsesteeg 3
6708PB, WAGENINGEN
Gebouw/Kamer100/N.A.100/N.A.
Postadres
Bodenummer

Biografie

 Wetenschappelijke en bestuurlijke activiteiten (verleden) :

  • member Scientific Committee and Steering Core Group of the European Science Foundation programme LINKECOL (Linking Community and Ecosystem Ecology)
  • member Scientific Committee of the SCOPE-project Nitrogen fluxes
  • member Committee of the Year on Ecology and Evolution (2005-2006) of the US Mathematical Biosciences Institute
  • board member of the European Ecological Federation.
  • national contact person for the Society for Conservation Biology
  • member Scientific Council of the European Centre for Nature Conservation (ECNC)
  • editor drie internationale tijdschriften: Oecologia; Ecosystems; en Perspectives in Plant Ecology, Evolution and Systematics 
  • voorzitter NWO prioriteringscommissie voor  het veld Ecology, evolution and biodiversity
  • lid Prioriteringscommissie NWO voor de ALW-Top-subsidies
  • lid Programmacommissie NWO Stimuleringsprogramma Biodiversiteit
  • lid Stuurgroep Darwin Centrum (NWO)
  • raadslid Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)
  • bestuurslid Natuurmonumenten
  • voorzitter bestuurscommissie Beheer, Natuurmonumenten
  • vice-voorzitter en bestuurslid Stichting Veldornithologisch Onderzoek Nederland (SOVON)

 

Bestuurlijke activiteiten vanaf 2013

  • voorzitter Heimans en Thijsse Stichting
  • oprichter en bestuurslid Stichting Namens de natuur
  • lid commissie Van Ardenne (advies aan kabinet over nieuw natuurbeleid)
  • extern adviseur Initiatiefnota Mooi Nederland (PvdA, D66, GL)
  • geassocieerd lid Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur
  • jurylid  Duurzame Top 100, Trouw
  • lid commissie Europese Academies van Wetenschappen die Europese Commissie adviseert over nieuw beleid m.b.t. neonicotinoïden
  • National Contact Person for the Society of Conservation Biology
  • lid wetenschappelijke adviesraad Gegegevensautoriteit Natuur
  • lid adviesraad stichting Probos
  • voorzitter NWO-beoordelingscommissie subsidie-aanvragen
  • lid jury Groenste Politicus 2016

http://www.natuurinnederland.nl

Een van de belangrijkste vragen die mij al lang fascineert, is waarom in sommige plantengemeenschappen soorten lange tijd naast elkaar voorkomen, terwijl soms kleine veranderingen dat evenwicht verbreken en tot een dramatische omslag kunnen leiden. Een voorbeeld is het effect van stikstofdepositie op hoogvenen. Bij oplopende depositie-niveaus neemt het stikstofgehalte in de veenmossen snel toe, totdat de veenmossen verzadigd zijn en de stikstof zich als ammonium ophoopt in het veenwater. Het gevolg is dat plantensoorten zoals pijpenstrootje en zachte berk die hiervan gebruik weten te maken, zich razend snel uitbreiden. De veenmossen kunnen bij toenemende beschaduwing steeds minder stikstof opnemen, zodat er steeds meer ammonium blijft liggen en de vaatplanten zich nog sneller uitbreiden. Uiteindelijk verdwijnt het hoogveen en ontstaat er een pijpenstrootjesveld of een berkenbos.

Het is belangrijk te achterhalen te bepalen welke processen verantwoordelijk zijn voor de handhaving van evenwichten in soortenrijke begroeiingen. Gaat het om de verticale of horizontale heterogeniteit van bodems, waardoor iedere soort zijn eigen plekje inneemt waar hij of zij de grootste concurrentiekracht heeft? Of gaat het vooral om de interactie tussen nematoden of schimmels en plantenwortels, waardoor plantensoorten sterk worden afgeremd, wanneer ze al te snel toenemen? Als we deze mechanismen ontraadselen, kunnen we ook voorspellen wanneer evenwichten worden verbroken en soorten zullen verdwijnen. Maar ook hoe we de oorspronkelijke soortendiversiteit weer kunnen herstellen.

In arctische gebieden over de gehele wereld heeft de laatste decennia een sterke uitbreiding  van de dwergberk plaatsgevonden. In Siberië onderzoeken we wat de consequenties zijn van deze uitbreiding voor de energiebalans van het aardoppervlak. Na het verwijderen van berkjes zien we dat de bodem in de vroege zomer veel sneller ontdooit en zelfs inzakt zodat er kleine meertjes ontstaan, die vervolgens weer verlanden. Wellicht zijn de begroeiingen die wij in de Siberische toendra zien, allemaal stadia zijn van een cyclisch proces waarin deze vegetaties elkaar snel opvolgen.  Vooralsnog is dit het grote raadsel van de toendra, dat we alleen kunnen oplossen door onze proefvlakken nog lang te blijven volgen.

Het is natuurlijk heel spannend om onderzoek te doen in prachtige vegetaties als hoogvenen of de toendra, maar een groot deel van Europa bestaat uit agrarische landschappen. Juist hier heeft een dramatische verarming van de biodiversiteit plaatsgevonden. De Europese Unie probeert nu beleid te ontwikkelen om de biodiversiteit in deze landschappen te herstellen. Eerder toonden wij aan dat deze maatregelen weinig succesvol waren omdat de echte sleutelfactoren niet werden aangepakt. Inmiddels is duidelijk wat deze sleutelfactoren zijn: de grondwaterstand in weidegebieden en bestrijdingsmiddelen in het akkerbouwgebied. De vraag is nu hoe een nieuwe landbouw er uit moet zien die zich verder kan ontwikkelen in harmonie met de wilde planten en dieren die hier leven.

Biografie: http://www.natuurinnederland.nl/NiN_auteur.html

Publikatielijst: http://www.natuurinnederland.nl/pdf_bestanden/Publikaties_Berendse.pdf

 


Expertiseprofiel
Expertise

Publicaties
Kernpublicaties
Publicatielijsten

Projecten

Frank Berendse heeft ruim 300 publicaties op zijn naam staan, waarvan 168 artikelen in internationale tijdschriften, waaronder Nature en PNAS. Zijn artikelen zijn ca. 14.200 keer geciteerd en zijn H-index is 67 (Google Scholar). 

Belangrijkste wetenschappelijke resultaten

  • Het principe van frequentie-afhankelijke concurrentie: Berendse ontwikkelde deze wiskundige theorie die voorspelt dat in een niet-uniforme omgeving het concurrentievermogen afhankelijk is van de frequentie waarmee de soort in een begroeiing voorkomt. Dit heeft tot gevolg dat een soort afneemt, wanneer deze talrijk is en toeneemt, wanneer het aantal klein is. Proeftuinexperimenten bevestigden deze voorspellingen. Daarmee werd een verklaring gegeven voor de stabilisatie van de aantalsverhoudingen tussen plantenpopulaties.
  • Het concept van de relatieve nutriëntenbehoefte: Berendse definieerde de relatieve nutriëntenbehoefte van planten als het nutriëntenverlies per eenheid biomassa per jaar. Dit concept maakte het mogelijk om te voorspellen bij welke stikstofbeschikbaarheid een plantensoort door een andere plantensoort vervangen wordt. Deze benadering maakte het o.a. mogelijk om stikstofdepositienormen te berekenen.
  • De theorie van de positieve plant-bodem feedbacks: Relatieve nutriëntenbehoefte en potentiële groeisnelheid zijn gecorreleerd met de afbraaksnelheid van het strooisel. Soorten met een hoge groeisnelheid hebben op die manier een positief effect op de bodemvruchtbaarheid. Daardoor ontstaat vaak een positieve terugkoppeling tussen plant en bodem die tot snelle veranderingen in de vegetatie kan leiden (bijv. vergrassing van de heide). Recent heeft Berendse deze theorie uitgewerkt als verklaring voor de snelle expansie van angiospermen ten kost van gymnospermen in de tweede helft van het Krijt.
  • Effecten van biodiversiteitsverlies op ecosysteemfuncties: Enkele jaren terug was er een heftige discussie of de tot dan toe uitgevoerde experimenten aantoonden dat biodiversiteitsverlies een afname van de productie tot gevolg had. Berendse en medewerkers vermeden eerdere valkuilen en bewezen dat biodiversiteitsverlies negatieve effecten op de productie heeft. Volgens Nature was met de publicatie over dit experiment een definitief einde gekomen aan “the rift over biodiversity that divided ecologists”. 
  • Effectiviteit van agri-environment schemes: De EU besteedt veel geld aan vergoedingen aan boeren in ruil voor natuurvriendelijk beheer. Het onderzoek van Berendse toonde aan dat deze contracten niet voldoende zijn. Inmiddels is op basis van dit onderzoek het Nederlandse weidevogelbeleid aanzienlijk bijgesteld. Recent toonde hij aan dat in geheel Europa bestrijdingsmiddelen nog steeds een belangrijke belemmering zijn voor het herstel van biodiversiteit in het agrarische gebied.
  • Vegetatie-klimaat feedbacks: Recent is de groep van Berendse gestart met de analyse van mogelijk positieve feedbacks tussen vegetatie en klimaat in Siberië. De toename van Betula nana blijkt een sterk effect te hebben op de energiebalans van het aardoppervlak, hetgeen leidt tot vertraging van het ontdooien van de permafrost. Het verwijderen van deze soort leidt tot versnelde ontdooiing van de bodem en het ontstaan van meertjes.

Onderwijs

Caption Text
  • mail
  • chat
  • print

Profiel